Inspirerende initiatieven in Noord-Brabant, tweede editie op 14 december

nieuwsbericht | 22 november 2017

Het is uiterst belangrijk dat gemeenten helder maken, wat maatschappelijke initiatieven van hen kunnen verwachten, zeker in het licht van de Omgevingswet. Dat was de conclusie uit het gesprek 'Initiatieven, burgerbetrokkenheid en Omgevingsvisie: een ideale mix?' dat op 15 november in Tilburg plaatsvond. Het volgende gesprek, onder de noemer 'Burgerinitiatieven en ontwerpkracht', is op 14 december in Bergen op Zoom.

14 december: Bergen op Zoom, Rucphen en Roosendaal
Wilt u ook mee op excursie en een gesprek bijwonen dat ingaat op de rol van ontwerp bij maatschappelijke initiatieven? Ga mee op 14 december naar de Stayokay in Bergen op Zoom voor de bijeenkomst Burgerinitiatieven en ontwerpkracht vinden elkaar waarbij een drietal projecten besproken worden in aanwezigheid van de ontwerpers en initiatiefnemers. Klik hier voor aanmelden en meer informatie.

15 november: Tilburg, Boxtel en Zijtaart
In Tilburg werd in een select gezelschap van gemeenteambtenaren, wethouders, initiatiefnemers, ontwerpers en betrokken burgers gesproken over de relatie tussen de omgevingsvisie en bewonersinitiatieven, en de manier waarop gemeenten omgaan (of om kunnen gaan) met initiatieven die zij niet zelf hebben geïnitieerd. Tijdens het hierop bezoek aan De Herenboeren in Boxtel en het dorpshuis in Zijtaart, wezen wethouders Coby van der Pas-Van Nuland van Meierijstad en Peter van de Wiel van Boxtel op de bijzondere totstandkoming van verschillende projecten die geïnitieerd zijn door bewoners van hun gemeenten: "Zonder 'burgerkracht' enthousiasme en doorzettingsvermogen waren zij niet tot stand gekomen."

Het afwegen van initiatieven
Annemoon Dilweg (projectleider omgevingsvisie) en Marco Visser (gemeentelijk stedenbouwkundige) verduidelijkten hoe burgerinitiatieven gewogen en gewaardeerd worden in de omgevingsvisie van Tilburg. De manier waarop de visie tot stand kwam is bijzonder: informatie werd verkregen van de Tilburgse bevolking door o.a. bliksem- en verrassingsbezoeken (onaangekondigde én georganiseerde bezoeken). Uiteindelijk resulteerde dit in een advies van de burgers aan de stad. Nu de omgevingsvisie is vastgesteld komt de gemeente in de uitvoering zaken tegen die niet waren voorzien of waarin het huidige gemeentelijke instrumentarium niet voorziet, maar met een helder afwegingskader kunnen maatschappelijke initiatieven op toegevoegde waarde voor de stad/maatschappelijke meerwaarde worden getoetst. Guido La Rose (projectleider omgevingsvisie) lichtte toe hoe de gemeente Oisterwijk een gebiedsgerichte website maakte op basis van thema’s, waarden en ambities, om tot een omgevingsvisie te komen. Geen uitgewerkte kaarten zoals in de structuurvisie, maar globale kaders waarin initiatiefnemers ruimte krijgen. In een helder digitaal overzicht kan iedereen zien welke waarden en ambities per gebied worden nagestreefd.
Paul Roncken (onafhankelijk adviseur ruimtelijke kwaliteit provincie Utrecht) betoogde dat een verschuiving van ‘ruimtelijke ordening’ naar ‘leefomgeving’ plaatsvindt: problematiek die indertijd vooral ruimtelijk werd ervaren, heeft zich verbreed naar actuele vraagstukken op in het maatschappelijke vlak zoals scholing, zorg, welzijn, gezondheid. Hij legde de vraag voor of de afdeling ruimtelijke ordening de juiste partij is om het proces van het opstellen van een omgevingsvisie te trekken. Daarbij noemde hij onderhoud en beheer als een van de onderbelichte aspecten in de gehele ontwikkeling van de leefomgeving: “Onderhoud houdt kwaliteit overeind.” Roncken stipte de de do's and dont's- die  van verschillende participatiemodellen toe die eerder zijn verschenen op MijnOmgevingsvisie.nl en introduceerde de door hem ontwikkelde methode van de Swipocratie. Anne van Kuijk (kwaliteitsadviseur provincie Noord-Brabant) wees op het belang van verbeeldings- en  verbindingskracht bij omgevingskwaliteit op lokaal niveau. Refererend aan de Brabantse Stijlprijs noemde zij een aantal lessen, die overheden als leidraad kunnen nemen bij het opstellen en uitvoeren van omgevingsvisies. zoals: ge kunt ’t ok nie doen; bij initiatieven is er lang niet altijd een absolute noodzaak. Er gaat op zich niet écht iets mis als het initiatief niet wordt genomen. Niet het ‘moeten’ of ‘de plicht’ is de drijfveer, maar het ‘willen’, kansen zien en er voor gáán was een van de lessen die zijn noemde. In het gesprek dat volgde ging het vooral over de manier waarop gemeenten initiatieven afwegen. In Tilburg wordt de driehoek 'legitimiteit, betrokkenheid en rendement' als waarderingskader gehanteerd (pagina 6 in deze presentatie). Dit riep vanuit de zaal de vraag op of dit waarderingskader ook gebruikt wordt voor initiatieven bij commerciële partijen, of dat er onderscheid wordt gemaakt tussen bewonersinitiatieven en andere partijen. voor Tilburg zijn het bestemmingsplan (en onderliggende beleidsplannen) het democratisch kader waaraan reguliere (grootschalige) initiatieven worden getoetst; voor kleinschalige burgerinitiatieven is dit meestal niet toereikend en hanteert Tilburg de driehoek bij beoordeling van een initiatief. Initiatieven waar professionals bij betrokken zijn hebben meer kans van slagen, zo was de algemene teneur, omdat zij weten hoe het beleid en de juridische kaders werken en de weg naar de politiek weten te vinden. Goede kennis van het bestuurlijk stelsel is onontbeerlijk om bij de juiste personen het gewenste effect te kunnen bereiken.

Eigen voedselvoorziening
Landbouwtechnicus Boudewijn Tooren (voorzitter van Stichting Herenboeren Nederland en van Coöperatie Herenboeren Wilhelminapark Boxtel) toonde in Boxtel de mogelijkheden die coöperatie Herenboeren heeft geschapen vanuit de daartoe opgezette community, om in de eigen voedselvoorziening te voorzien. Tussen de fruitbomen kwam het gesprek op gang over de (on)mogelijkheid om het project op te schalen. Met opschalen en uitrollen gaat de ziel uit het project. De kracht zit in de grote betrokkenheid van alle coöperatieleden -en in het feit, dat een boer in dienst is genomen (met vakantiedagen). Leden betaalden een bescheiden inleg en komen wekelijks groenten, fruit, vlees en eieren halen voor slechts 11 euro per persoon. Het lastigste was het gepuzzel met (vaak achterhaalde) regelgeving. Wethouder Peter van de Wiel van Boxtel noemde het bieden van kansen aan de Herenboeren een zoektocht, maar wel met resultaat: het experimentele karakter leidt tot nieuwe inzichten, die in het gemeentelijk beleid kunnen worden verankerd. Ook elders in Nederland komen inmiddels Herenboeren van de grond.

Leefbaarheid van het dorp
In Zijtaart wees wethouder Coby van der Pas-van Nuland van Meijerijstad erop hoe de opmerkelijke herbestemming van een leegstand klooster naar dorpshuis en school de leefbaarheid van het dorp vergroot heeft. Het klooster vormde samen met kerk en pastorie de ziel van het dorp. Behalve aan een nieuw dorpshuis, was ook behoefte aan nieuwe behuizing voor de verouderde school, en aan zorgwoningen. Het oude klooster bood genoeg ruimte voor al deze opgaven; voor een deel van de school werd een stuk aangebouwd.  Frans van Asseldonk (dorpshuisbeheerder) en Geert van Etten (beleidsambtenaar) maakten duidelijk dat betrokkenheid en doorzettingsvermogen van de initiatiefnemers van doorslaggevende betekenis waren. Zeker omdat de haalbaarheid absoluut niet van tevoren vaststond.

Continue gesprek
De bijeenkomst over burgerinitiatieven toonde overtuigend aan dat er veel energie is bij initiatiefnemers om zelf aan de slag te gaan. In het proces dat de Omgevingswet met zich meebrengt, vindt een continu gesprek plaats over de veranderende rollen van de verschillende partijen: initiatiefnemers, gemeenten en professionals. Vertrouwen in elkaars mogelijkheden en competenties blijkt een van de basisvoorwaarden om, gezamenlijk, tot een bevredigend resultaat te komen. Dat vertrouwen wordt versterkt door de lijnen tussen initiatiefnemer, ambtenaar en bestuurder zo kort mogelijk te houden.

Deze bijeenkomst is mogelijk gemaakt in het kader van Samen werken aan ontwerpkracht, Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020