Stadscurator gezocht voor tijdelijke initiatieven

verslag | 18 oktober 2013

Tijdelijke invulling van braakliggende terreinen is onderdeel van een nieuwe, flexibele manier van stadsontwikkeling. Bewoners, ondernemers en kunstenaars zijn de nieuwe stedenbouwers, ondersteund door internetplatforms zoals Pop-Up City. Dat er veel potentie in de samenleving is voor het initiëren van tijdelijke projecten wordt tijdens het symposium ‘Reactivating Public Space’ wel duidelijk uit alle inspirerende voorbeelden die de revue passeren. Maar hoe waarborg je de kwaliteit van deze initiatieven, hoe plaats je ze binnen een bredere context in de ontwikkeling van de stad en zorg je ervoor dat ze adequaat inspelen op de behoefte van de stad? Hiervoor wordt tijdens Reactivating Public Space de ‘stadscurator’ als oplossing aangedragen. De stadscurator is intermediair voor bewoners, eigenaren, instituties en bedrijven: de stadscurator moet programmeren, agenderen en detecteren.

 Lessen uit “Stadscurator gezocht voor tijdelijke initiatieven”

  • Er zijn veranderingen gaande in de stedelijke ontwikkeling waar veel partijen mee te maken hebben. We moeten samen een antwoord vinden op de negatieve kanten van deze situatie, zoals minder investeringsvermogen voor gemeenten en corporaties om te werken aan gezonde wijken, maar ook de gevolgen van braakliggende terreinen en leegstand voor de stad.
  • Eigenaren van leegstaande panden en terreinen zouden meer op de negatieve gevolgen hiervan voor de stad aangesproken mogen worden.
  • Over de hele wereld ontstaan allerlei (al dan niet tijdelijke) door bewoners en bedrijven geïnitieerde projecten in de publieke ruimte. Er blijkt veel potentie te zijn in de samenleving.
  • Er is een zoektocht gaande naar een manier om deze veelal kleinschalige projecten naar een ander niveau te brengen, een structuur om te zorgen dat ze ook op stadsniveau betekenis krijgen en tijdelijkheid geïncorporeerd wordt in stadsplanning.
  • Een stadscurator zou hiervoor een oplossing kunnen zijn. De stadscurator moet zorgen voor een koppeling tussen formeel en informeel, initiatief en institutioneel, micro en macro.

Het symposium, georganiseerd door het Platform Openbare Ruimte (POR), had als thema “Ontwerp als activator van de veranderlijke openbare ruimte” en vond plaats op 10 oktober j.l. in Pakhuis de Zwijger. Op deze middag werd een oplossing gezocht voor één van de negatieve effecten van de veranderde situatie in de stedelijke ontwikkeling: de toename van leegstand en braakliggende terreinen. Hoe moeten we omgaan met de braakliggende stukken grond? Hoe kunnen ontwerpers bijdragen aan het ‘reactiveren’ van deze terreinen zodat ze een functie voor het publiek krijgen? Ontwerpers, initiatiefnemers en vastgoedeigenaren zoeken tijdens Reactivating Public Space, onder dagvoorzitterschap van Adri Duivesteijn, gezamenlijk naar een oplossing.

Indira van ’t Klooster, senior projectleider bij Architectuur Lokaal trapt af met de 9 strategieën voor tijdelijk gebruik uit het boek ‘Urban Catalyst: The Power of Temporary Use’. De strategieën hebben betrekking op de motivatie, het ontstaan en de impact van tijdelijke initiatieven. Die variëren van het geven van een impuls aan een specifieke locatie tot de bedoeling om aandacht te vragen voor een bepaald onderwerp. Sommige tijdelijke projecten krijgen geen enkel vervolg, maar er zijn ook initiatieven die uiteindelijk resulteren in langdurige transformatie. Van ’t Klooster stelt dat tijdelijke projecten onderdeel kunnen zijn van een meer geleidelijke vorm van stadsontwikkeling. Drie eigenschappen van tijdelijk gebruik dragen hieraan bij: gemeenschapszin (ontmoeting staat centraal), lichtheid (aanpasbaar, verplaatsbaar, geen prestatie-eis) en low-budget.

Adri Duivesteijn licht hierop toe dat tijdelijk gebruik van ruimte niet alleen in tijden van crisis een oplossing biedt. Ook voor gebieden die niet of nauwelijks gebruikt worden of monofunctionele ruimtes kan tijdelijk gebruik een oplossing bieden om meer levendigheid de stad in te brengen en meer ruimte te creëren voor alternatieve, lichte vormen van gebruik in de stad.

Joop de Boer, curator van de populaire blog Pop-Up City en directeur van Golfstromen, illustreert met voorbeelden uit binnen- en buitenland hoe tijdelijke initiatieven een rol kunnen spelen in de stedenbouw en marketing van steden. “De steden die zich het beste kunnen aanpassen aan verandering zijn de steden die het overleven” De Boer illustreert hiermee hoe Darwins uitspraak over de evolutie van soorten ook geldt voor steden.

Tijdelijk gebruik biedt burgers de ruimte om een statement te maken over de ontwikkeling van de stad. Voorbeeld hiervan is 'Park(ing) Day' in San Francisco. Op deze dag worden parkeerplaatsen voor 1 dag omgetoverd tot mini-parkjes waar mensen kunnen genieten van de buitenruimte. Een duidelijk statement voor meer groen in de stad. Zo zorgt tijdelijk gebruik ervoor dat andere actoren dan gebruikelijk een positie krijgen in het maken van de stad. Er is meer ruimte voor bewoners, kleine ondernemers en kunstenaars. “Ook een kok of de eigenaar van een wasserette kan stedenbouwer zijn.” De interessantste tijdelijke projecten ontstaan volgens De Boer vanuit passie en energie van mensen rondom een bepaald onderwerp en niet vanuit een stedelijk of sociaal doel. De doelgroep van deze projecten zijn niet alleen omwonenden: juist de online community en blogs zoals Pop-Up City, vormen een belangrijke doelgroep. Op deze manier wordt een groter publiek bereikt, wat weer zorgt voor bredere belangstelling. De Boer noemt dit fenomeen ‘Facebook Urbanism’: de online community fungeert als curator voor projecten en draagt hierdoor bij aan city branding.

Ook bedrijven maken gretig gebruik van de mogelijkheid om bij te dragen aan de levendigheid in de stad, soms via guerrilla advertising, acties die vaak wel grappig zijn maar verder niet zoveel toevoegen, maar ook op een meer duurzame wijze. Een voorbeeld van het uiten van corporate social responsibility in de stad is de Britse bank Barclays in Londen. Barclays heeft hier niet alleen een fietsenleensysteem opgezet, maar betaalt ook de fietspaden in de stad.

Nils van Beek, curator van TAAK, een internationaal platform dat kunstprojecten en educatieve programma’s ontwikkelt over maatschappelijke onderwerpen, benadrukt de rol van de ontwerper in het aanjagen van projecten. Veel tijdelijke invullingen van braakliggende terreinen leveren generieke oplossingen op, zoals een stadsstrand, moestuintjes of een tijdelijk restaurant. Volgens Van Beek is dit te ondervangen door een curator aan te stellen die bemiddelt tussen opdrachtgever en kunstenaar/initiatiefnemer en er zo voor zorgt dat de ingrepen een minder generiek karakter krijgen.

Carolien Ligtenberg, coördinator van POR, betoogt dat een stadscurator nodig is om de kwaliteit van de tijdelijke projecten in de stad te waarborgen, om te zorgen dat kleinschalige initiatieven ook op stadsniveau betekenis krijgen en tijdelijkheid geïncorporeerd wordt in stadsplanning. De stadscurator moet zorgen voor een koppeling tussen formeel en informeel, initiatief en institutioneel, micro en macro.

Tijdens parallelle sessies worden drie verschillende tijdelijke POR-projecten nader toegelicht. De sessies leiden tot input voor de discussie die vervolgens plaatsvindt tussen Roel Steenbeek (Voorzitter Raad van Bestuur van woningcorporatie Ymere), Walter van Peijpe (raadslid GroenLinks in Leiden) en Helen van Duin (Directeur van woningcorporatie De Key).

Braakliggende grond is de verantwoordelijkheid van de eigenaar en deze mag hier best op aangesproken worden, vindt Roel Steenbeek. Als het imago van het gebied door langdurige leegstand achteruitgaat heeft dit bovendien invloed op de waarde van de toekomstige ontwikkelingen, dus het is in het belang van de eigenaar om dit te voorkomen. Tijdelijke functies kunnen voor leuke programmering zorgen en soms zelfs voor transformatie van de wijk door gebruikers, mits de initiatieven genoeg tijd en ruimte krijgen om door te groeien en hun succes te bewijzen. Om deze kleinschalige initiatieven vanuit de burger zelf optimaal te ondersteunen en te zorgen dat ze uitgroeien tot langdurige transformatie, moeten organisaties mee kunnen bewegen. Hierbij past een ander repertoire van de organisatie, dit geldt ook voor een woningcorporatie zoals Ymere (zie ook: Bulletin over vakmanschap, engagement en vertrouwen).

Helen van Duin is het ermee eens dat tijdelijke initiatieven het belang van een vastgoedeigenaar kunnen dienen. Ze ziet hierbij wel een rol voor de corporatie weggelegd om het proces te versnellen. De bijdrage van ‘vrije denkers’ vindt ze erg belangrijk: tijdelijk gebruik biedt kansen om te oefenen met alternatieve functies en creatieve ideeën. Als het aanslaat kan het met de buurt uitgewerkt worden tot een langduriger functie. Het probleem voor vastgoedeigenaren is wel dat beleggers, investeerders in woningen en winkels, vaak erg behoudend zijn. Het draait hierbij allemaal om risicobeheersing: er wordt veel vrijheid geboden, zolang er maar geen financieel risico aan vast zit.

Walter van Peijpe stelt dat er meer aandacht moet zijn voor hergebruik en creativiteit. Dat ontwerpers met een sterker concept kunnen komen dan de markt, en dat deze woningen uiteindelijk ook beter verkopen dan standaardwoningen, zorgt voor een discussie rondom de regie van tijdelijke en bottom-up initiatieven. “De regievraag is vrij fundamenteel”, voegt dagvoorzitter Adri Duivesteijn toe. Er is vraag naar meer vrijheid en minder regels voor ontwikkelingen, maar aan de andere kant is het dan niet de bedoeling dat de markt die vrijheid gebruikt om standaard jaren ’30 woningen te bouwen. “Dat is tegenstrijdig.”

De drie zijn het erover eens dat braakliggende terreinen ingezet moeten kunnen worden als publieke ruimte. “Wij zoeken echt naar mensen die met een initiatief komen om er wat mee te doen”, aldus Van Duin. Tegelijk is er wel een regisseur nodig die breder kijkt dan één locatie of één initiatief en die de verbinding met de rest van de stad kan maken. Liefst iemand die ook met gemeentelijke regels om kan gaan. Of dat een curator, aanjager of leegstandscoördinator moet zijn, daar zijn ze nog niet helemaal over uit.

De middag sluit af met de Spaanse kunstenares Maider Lopez, die haar project in de stad Sharjah tijdens de biënnale van 2007 in de Arabische Emiraten toelicht. Ze vertelt hoe het tijdelijke voetbalveld, dat aangeduid is met dikke rode lijnen, midden tussen de straatlantaarns en bankjes op een groot openbaar plein, zorgde voor meer interactie tussen de gebruikers van het plein. Lopez illustreert hiermee dat projecten die ontstaan uit ontwerp meer sociale interactie tussen mensen kunnen uitlokken dan projecten die met een sociaal doel zijn gerealiseerd. Overorganiseren zorgt er volgens haar voor dat de gewenste interactie vaak juist niet tot stand komt, terwijl ontwrichting van bestaande patronen wel interactie als gevolg heeft.

Aan het einde van de dag wordt duidelijk dat tijdelijk gebruik een waardevolle bijdrage aan meer geleidelijke, vraaggerichte stedenbouw kan leveren, maar dat er tegelijk een partij nodig is die de kwaliteit waarborgt en zorgt voor aansluiting op de samenleving, officiële instanties en macro-processen. Met het introduceren van de stadscurator is daar een aardige aanzet voor gegeven. De zoektocht naar een structuur om tot een nieuwe werkwijze te komen wordt vervolgd.

Alexandra de Jong
YP-redacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bron en gerelateerde artikelen zie www.gebiedsontwikkeling.nu