Bouwmeestersdebat 2019

nieuwsbericht | 11 november 2019

Op 7 november 2019 vond op de Pier van Scheveningen wederom een landelijk Bouwmeestersdebat plaats. Voor dit debat, dat regulier wordt georganiseerd door Architectuur Lokaal en het College van Rijksadviseurs, waren alle bouwmeesters uit de Nederlandse gemeenten en provincies uitgenodigd. Dit jaar sloten recent benoemde bouwmeesters, Tako Postma in Delft en Willem Hein Schenk in Haarlem aan. Ook de Vlaamse Bouwmeester was weer vertegenwoordigd. De bouwmeesters gingen onder leiding van Vincent Kompier, Architectuur Lokaal, in gesprek over nut en noodzaak van sturing op ruimtelijke- en omgevingskwaliteit bij de grote opgaven waar Nederland voor staat.

Goed gemixte steden
Rijksadviseur Daan Zandbelt opende het debat met een presentatie over het programma Guiding principles Metro Mix van het College van Rijksadviseurs (CRa). Dit programma heeft tot doel om te verkennen en te inspireren als het om het mengen van functies gaat. Zandbelt kon melden dat meer mixen tot minder reizen en minder autogebruik leidt. Lopen en fietsen worden in goed gemixte steden de maatgevende vervoersmiddelen. Verdichting in steden leidt tot toename van programma en daarmee mensen. De juiste mix kan leiden tot afname van uitstoot van zowel broeikasgassen als stikstof. Een ideale mix vereist andere manier van werken, waarbij het het niet om het vastleggen van functies maar van prestaties, of van de mate van overlast. Exploitatie niet op basis van het gebouw, maar op basis van het gebied. Het mogelijk maken van een andere manier van mixen vereist nog wel veel uitzoekwerk.

Perspectief
Provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit Elbert van der Linden (Gelderland) en adviseur omgevingskwaliteit Anne van Kuijk (Noord-Brabant) herkenden de opgaven die het CRa eerder dit jaar hadden geschetst in het perspectief Panorama Nederland in hun provincies. De manier waarop aan de opgave invulling wordt gegeven verschilt van plek tot plek. De adviseurs werken met een combinatie van enerzijds lichte sturing en anderzijds het inzetten van overtuigingskracht om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen bereiken. Duidelijk werd dat, met de omslag naar de Omgevingswet, het begrip ruimtelijke/omgevingskwaliteit telkens opnieuw op de agenda gezet moet worden.

Maatwerk
De discussie die volgde werd gedomineerd door twijfel over de balans tussen sturing en middelen. Hoe maken we kwaliteit? En hoe kunnen belanghebbenden worden gedwongen om dat ook te doen, of moeten zij daartoe juist worden verleid? Voldoen de huidige instrumenten nog?
Er zijn grote verschillen in het land tussen de rol, positie en mogelijkheden van de gemeentelijke bouwmeesters en provinciale adviseurs. Een recept waar iedereen mee uit de voeten kan bleek niet voorhanden; wel was er overeenstemming over het belang van maatwerk. En over het feit dat permanente, niet per se frequente, uitwisseling van ervaringen zoals bij dit debat, helpt bij het fijn slijpen van middelen die kunnen worden ingezet. Ervaringen over de aanpak van ingewikkelde opgaven zoals de energietransitie, helpen ook om ruimtelijke- en omgevingskwaliteit juist bij deze opgaven over het voetlicht te (blijven) krijgen.

Bouwcultuur Vlaanderen - Nederland
Tania Hertveld, bestuurscoördinator bij het Team Vlaamse Bouwmeester, lichtte de Vlaamse Open Oproep toe en de resultaten die hiermee in de loop der jaren zijn behaald. Dit instrument functioneert goed in Vlaanderen om (jonge) ontwerpers een positie te geven bij publieke opdrachten. Ook Cilly Jansen, directeur van Architectuur Lokaal, ging in op de prijsvraagcultuur. Ze lichtte de ontwikkeling daarvan in Nederland toe aan de hand van het Portfolio Prijsvraagcultuur in Nederland, dat werd aangeboden aan het CRa en het Team Vlaamse Bouwmeester.
In dit portfolio zijn 75 ontwerpprijsvragen uit de jaren 1993-2019 geïnventariseerd, die door Architectuur Lokaal zijn begeleid. Eén van de conclusies die kon worden getrokken is dat de jaren van de financiële crisis belangrijk zijn geweest om tot nieuwe methoden te komen die bruikbaar zijn gebleken bij de aanpak van de huidige, ingewikkelde maatschappelijke opgaven. Na de crisis, vanaf 2014, worden steeds meer winnende plannen daadwerkelijk uitgevoerd, terwijl het voor die tijd vaak bij ontwerpend onderzoek bleef. De prijsvragen blijken veel kansen te bieden voor jonge ontwerpers en die doen daar dan ook vaak aan mee. De methodiek die in de loop der jaren is ontwikkeld bieden mogelijkheden om belanghebbenden te betrekken bij het proces en tot nu toe heeft geen van de procedures geleid tot klachten of faalkosten. Het voorstel van Rijksbouwmeester Floris Alkemade om te onderzoeken of en hoe de Vlaamse Open Oproep en de methodiek van Architectuur Lokaal in Nederland voor elkaar van nut kunnen zijn werd van harte onderschreven.

Met dank aan Tim de Boer

Bouwmeestersnetwerk
In tal van Nederlandse gemeenten en provincies, en op nationaal niveau, zijn bouwmeesters actief, architecten die voor een bepaalde periode door het openbaar bestuur worden aangesteld als adviseur over ruimtelijke kwaliteit. Om bij te dragen aan een betere profilering van de functie en het formuleren van randvoorwaarden voor zinvol functioneren bieden Architectuur Lokaal en het College van Rijksadviseurs een platform voor uitwisseling van ervaringen en inzichten van en over stadsarchitecten, stadsbouwmeesters en provinciaal adviseurs ruimtelijke kwaliteit.