Meer treinreizigers, betere kwaliteit van openbare ruimte bij stations?

bestuurlijke werkconferentie | 3 oktober 2013 | New Babylon | Den Haag
Roermondsplein Arnhem, Peter Struycken. Foto onbekend

Roermondsplein Arnhem, Peter Struycken.

In 2020 kan de Zuidelijke Randstad de eerste regio in Nederland zijn waar structureel elke tien minuten een Sprinter rijdt en passagiers spoorboekloos kunnen reizen. Dit is de belangrijkste conclusie uit de zojuist uitgekomen StedenbaanPlus Monitor 2013. In 2012 is in de Zuidelijke Randstad een stijging van het aantal treinreizigers ingezet boven het landelijk gemiddelde. Per etmaal reisden 19.000 passagiers meer via de Stedenbaan stations dan in 2011. Maar hoe moet de ruimtelijke kwaliteit van de stationsgebieden waar steeds meer reizigers gebruik van maken, verder worden ontwikkeld?

De monitor werd gepresenteerd bij de Bestuurlijke Werkconferentie Zuidvleugel StedenbaanPlus onder voorzitterschap van burgemeester Arno Brok van Dordrecht.

In haar column stelde Cilly Jansen, Architectuur Lokaal, voor om sterker uit te gaan van gebruikers van de openbare ruimte in stationsgebieden. Bij de discussie hierover kwam naar voren dat Schiphol een van de beste voorbeelden is, of inmiddels wellicht wás. “Overal in stations staan saaie kiosken in een rij vanwege de logistiek die altijd leidend is. Schiphol is een van de weinigen die ontwerpt vanuit de gebruiker, Schiphol ontwikkelde de eendimensionale transitruimte naar een gelaagd gebied door kleine ingrepen te doen. Maar omdat alle stations aantrekkelijk willen blijven, wordt Schiphol nu overal geforceerd gekopieerd. Zo wordt het bijzondere weer de anonieme standaard en elk massaal knooppunt weer niemandsland.”

Volgens Jansen is het verbeteren van de kwaliteit van de HOV haltes geen kwestie van het optimaliseren van afzonderlijke functies. “Het gaat niet om het stapelen van vijf plannen en dan heb je een nieuw plan. Het gaat erom dat je hetzelfde op een andere manier doet. Het is een ontwerpopgave. In een non-space kan je ervaringen bieden waarmee je de ruimte persoonlijk maakt. Dat kan je doen door een inrichting die mensen zelf kunnen interpreteren, zo kunnen ze zich die ruimte toe-eigenen. Dan wordt publieke ruimte privé ruimte. Je kan functies ook anders benaderen. Stedenbaan wil oog hebben voor kleine ingrepen om de kwaliteit van de publieke ruimte te verhogen. Er is ergens een fietspad gemaakt zonder stoplichten. Dat was een kleine stap, maar toch een hele stap. Maar waarom kan dat niet gelden voor alle fietspaden?”

Het afgelopen jaar heeft het Platform Openbare Ruimte (POR) samen met Architectuur Lokaal een reeks experimenten gedaan over de vraag hoe opdrachtgevers ontwerpen voor tijdelijke openbare ruimte ten volle kunnen benutten. En hoe ze die kunnen inzetten als strategie voor de snel en continu veranderende stad. De resultaten worden op 10 oktober besproken in een openbaar slotdebat in Amsterdam.